26 juni 2010 DE ZESDE DAG. KISII
Goedemorgen. Ons alarm liep een uur te laat af omdat we de tijd van de telefoon niet hadden aangepast.
Surprise surprise, Jared en Louis waren klokslag 10 uur , zoals afgesproken op tijd.
Het had blijkbaar geholpen dat we gisteren gemopperd hadden en gezegd hadden dat het genoeg was geweest.
Na enig gepuzzel en hulp van mij, lagen alle spullen in de auto. Want handig inpakken is er niet bij.
We zaten wel tussen vele spullen in, vrij weinig ruimte over.
Toen moesten we nog naar het kantoor van een parlementslid toe, genaamd Martha Karua Member of Parlement en former minister for justuce and contitution, om spullen voor Jared op te halen.
Nou ja hoor…..daar kwamen ze me toch met een hoop papierwerk aan. Boeken (zo noemen ze dat. Het waren gekopieerde A5-jes met een nietje erdoor) die Jared wil uitdelen in Kisii.
Boeken (zo noemde hij ze. Het waren dikke kopieën die niet in één keer konden geniet worden, dus er zaten vreselijk veel nietjes in. Geen perfect product),. Over de rechten van de mens, zodat de mensen in Kisii deze kunnen lezen. Zodat ze op Jared kunnen gaan stemmen bij de verkiezingen.
Dat was proppen in elk vrij gaatje. Onder de stoelen en overal waar nog een plekje was. En de laatste vrij grote stapel nam hij nog op zijn schoot. (er bleef niks van over, vol kreukels en modder waar iemand van ons per ongeluk zijn voet op stationeerde)
Dus nu echt op weg. Het was inmiddels half 12.
Jared vertelde dat zijn vader en enkele broers ook onderweg waren vanuit Kisii naar Nairobi. Dus we spraken af om ze onderweg te ontmoeten, want Jared wilde ze natuurlijk graag aan ons voorstellen.
Helaas hebben we elkaar gemist. En Louis gaf de schuld van alle ellende gisteren aan de monteur.
Ja ja zo kan hij wel weer! (later hoorden we pas dat Jared pas die ochtend vertelde aan Louis dat hij moest rijden. Dus ook onder elkaar wordt er geen duidelijke afspraak gemaakt). Van al die miscommunicatie waren wij weer de dupe.
Jeanne zit nu bij het benzinestation even alleen in de auto want met deze wegen is het niet mogelijk om onderweg te schrijven. Kon ook buiten aan een tafeltje hoor.
Het was maar goed dat we een stop maakten bij het benzinestation, want ik kwam erachter dat de filmcamera had open gestaan en de batterij leeg was. We hebben die daar opgeladen. Dus nóg weer later on road.
Gelukkig was daarna de High Way heel goed te doen. Afgezien van alle drempels die ze gewoon erin gooien.
Denk je dat je even relaxt kunt zitten, krijg je weer een ongelofelijk hoge drempel.
Of ook wel eens drie kleine drempels achterelkaar. Bobbelbobbeldebobbel.
Regelmatig kwamen we een politiecontrole tegen.
Met op de weg een strip met omhoogstaande spijkers van ongeveer 15 cm hoogte. Ongelofelijk!
We hadden mazzel we konden elke keer doorrijden.
Tot vlak voor Kisii, toen waren we de nationale. We waren met z’n allen bang dat we de hele auto moesten leegmaken.
Maar ons vriendelijke mzungu lachje en een handje schudden deed blijkbaar wonderen. We mochten door. Apoeh!
Onderweg kwamen we door verschillende dorpjes. We zagen overal Masai mensen lopen. Ezeltjes en een keur aan bomen die we nog nooit gezien hadden. Grote cactusbomen bv. En op deze highway fietsers en brommers, mensen die langs de weg op liepen en kinderen spelend. Honden, brommers, teveel om op te noemen.
En er wordt gruwelijk hard gereden tussen alle drempels door.
We zagen de vulkaan die voor warm water zorgt voor de mensen.

Toen kwamen we op het hoogste punt. De Rift Valley. The great Rift Valley view point altitude 2140 meters.
Onderweg dus vreselijk last van de oren. Van Louis een kauwgum gekregen.
Foto’s gemaakt van het prachtige uitzicht. Meteen kwamen er natuurlijk verkopers aan van souvenirs.
We hebben heel wat staan af te dingen. We kochten een beeldje van een rij olifanten en twee beeldjes van kleine olifanten.
En toen moesten wij nodig gebruik maken van het toilet. Oh dat was mogelijk.
We moesten door een souvenirs winkeltje lopen voor de wc. We hadden ons al op het ergste voorbereid.
Wat een verademing toen we het prachtig sanitair zagen. Keimooie bewerkte tegeltjes. Een wc pot die je kon doortrekken. Wc papier was aanwezig en je kon je handen wassen met zeep en water.
Van de handdoek hebben we geen gebruik gemaakt, we gebruikten onze tissues. Goed hè van ons.
Maar toen we uit die wc ruimte kwamen en weer door dat winkeltje moesten kun je je wel voorstellen dat dat niet zomaar kon.
We moesten en zouden iets kopen. Nou ja dat deden we dan maar weer met afdingen. Een sport hoor.
Op de parkeerplaats ontmoette ik een groep mensen die met een safaribus op doorreis waren.
Ik sprak een mevrouw aan. Ze bleken uit Canada te komen.
Ze kwamen van Uganda en hadden vele chimpansees gezien. Ze vond het erg heavy. Ze was best bang geweest.
Ze vlogen ‘s avonds terug naar Canada.
Toen zijn we doorgereden. We kregen van de jongens een warme maïskolf.
Die erg lekker was en welkom, omdat we best trek hadden.
Onderweg gingen we de plantage van Jared bezoeken. En de mensen van de Masai die dit onderhouden.
We gingen van de goede weg af. En kwamen in een Masaidorpje.
Het is niet mogelijk om te beschrijven hoe Louis toen moest rijden.

Was dit een weg????? Nou als je onze wegen in het bos hiermee vergelijkt, lijken onze boswegen wel op autobanen.

Er was geen weg. De helft was weg geregend en er waren geulen van ongeveer 1 meter diep en 1,5 meter breed.
Dit was slalom rijden daar waar we een weg konden banen. Na 1 uur handig manauvreren van onze topper Louis, kwamen we aan op het terrein van de Masai werkers.
Echte Masai hutten en kinderen die gilden, omdat ze nog nooit in hun leven een blanke hadden gezien.
Enge honden die gromden en blaften. Jeanne was meteen genezen om deze aan te halen.
We “wandelden” door een oerwoud van planten. De Masai kapte met een Masai-mes een “begaanbare” weg.
Dit was voor ons echt heel onhandig lopen. Louis hielp Jeanne met lopen. En probeerde haar bang te maken door te zeggen ; “Let op een slang!!” Hierna moest hij weer vreselijk lachen. Deze ellende duurde 20 min.
Het rook er geweldig naar allerhande kruiden. Ik ontdekte de salieplant. Zij wisten dus niet wat dit was.
Lachen, kunnen we hun ook nog iets leren. Zoals altijd ons gezegde, “Bij de stichting leer je elke dag iets nieuws”.
Vertel ons wat!!!!
De Masaimannen wezen ons de tandenborstelbomen aan. Dit was echt lachen. Hij kapte een tak af en ontvelde die.
We moesten erop kauwen totdat we een pluimpje hadden en met die pluim kon je je tanden poetsen. Jeanne deed dit ook en vond het keileuk. Ze heeft heel wat afgelachen hoor. ( nee niet altijd stress, soms creëren we ons eigen lolletje)
Jeanne zag het verschil bij de tanden van de Masaiman. Die werden eindelijk schoon. Dus waarschijnlijk doen ze het niet elke dag. En daarbij drinken ze elke dag bloed. Waardoor hun tanden zo goor kijken. Ach gats!
We waren heel verbaasd toen we het enorme tarweveld van Jared zagen.
Het was 15 acre = 40,469 are = 0,405 hectare groot. Enorm.
Ik vroeg hem of hij zijn eigen tarwe al geproefd had. Hij keek heel vreemd. Waarop de Masaiman zei dat dat kon.
Ik plukte een rijpe aar en de eraf, blies de velletjes eraf, waarop de tarwe tevoorschijn kwam. We deden dit allemaal na en proefden de tarwe.

Hij smaakte heel goed en Jared was blij dat ik hem dit geleerd had.
Ja bij onze stichting leer je elke dag. Soms vaker dan één keer op een dag! hahaha.
Toen liepen we terug naar de plaggenhutten. Gemaakt van koeienstront. Onderweg kwamen we ezels tegen.

Een ezel had maar één oor en een ander had zijn neusgaten aan de zijkant opengesneden.
Ik vroeg de Masaiman Samson genaamd waarom dat was. Dit deden ze om te zien dat de beesten van hun waren.
Vreselijk om op deze manier een beest te verminken.
Toen we weer terug waren bij de hutten, waren de vrouwen boontjes aan ‘t doppen. Louis zei dat we moesten gaan helpen. Het waren rode bonen.
In de masai-kleur. Daarna zijn we in de hut gaan kijken.
Nou ja, van kijken kwam niet veel. Zijn vrouw was in de hut thee aan ‘t koken. Op een open vuur. Je zag geen hand voor ogen, omdat er geen raam was en de rook benam je je adem.
Louis maakte wat foto’s op aanvraag van mij en maakte dat hij buiten kwam. Dit deed eigenlijk iedereen. Door gewoon ergens een opening te maken is dit probleem opgelost. Maar blijkbaar denk ik te simpel.
Ongelovelijk dat die mensen in zulke rook daar kunnen zitten en slapen. De man slaapt niet bij de vrouw.
Vrouw en kinderen slapen samen in een hut.
Samson nam de goede kruk mee naar buiten en vroeg mij erop te gaan zitten. Zijn vrouw wilde ons thee serveren.

Maar we hadden echt geen tijd meer daarvoor. En beloofden dat we op de terugweg langs zouden komen en dan thee zouden drinken. Nou ik denk het niet. Ik vind de Keniaanse thee al niet te drinken, wil stilzwijgen de Masai thee.
Jammer voor het vrouwke. We namen hartelijk afscheid, we bedankte hun en de mannen brachten ons naar de auto.
Jeanne gaf hun nog een rol Mentos voor de kinderen. Samson vroeg wat het was. Candy’s zeiden we.
Zijn dank was groot. (later belde hij Jared nog op om te danken voor de candy’s.
En dat ze ons bezoek erg gewaardeerd hadden.)
Eindelijk weer op weg naar Kisii. Hobbel de hobbel wel 1 uur lang. Arme auto van Louis.
En wij maar bang dat we vast kwamen te zitten of in een of andere geul zouden belanden.
Soms vroeg Louis aan mij; “Welke kant zal ik nu weer kiezen?” Hij volgde mij raad op. Het was horror.
Dat hadden we weer doorstaan op naar ons volgende avontuur.
Na enige tijd rijden op een goede weg kwam daar zoals gewoonlijk weer een einde aan en kwam er weer een horror weg, niet voor te stellen.
Het leek wel een Edammer kaas, meer gaten dan asfalt. Louis reed niet harder dan 20km per u. als hij reed. En soms stapvoets. (schiet lekker op hoor)
En we waren al zo laat onderweg. Er kwam ons nog een bus tegen die helde helemaal over. En wij dachten die kiept zo meteen om.
Eindelijk kwamen we aan bij ons volgende bezoekadres, want Jarred had even in de auto een afspraak gemaakt met deze mensen, helaas zonder overleg met ons.
We waren doodop en we moesten nog een ondefinieerbare weg bewandelen in het stikken donker. Kei eng!
We hadden allebei het gevoel van; o mijn God, waar komen we nu terecht. Inmiddels was het al 21.30 uur en deze mensen hadden ook nog warm eten voor ons voorbereid.
We kwamen aan in een klein huisje beter gezegd een hut waar pastoor Mozes woonde met vier kinderen en zijn zwangere vrouw die in augustus uitgeteld was.
Na een gebed mochten we onze handen wassen en “genieten” van de warme maaltijd. Warm was die ugali wel.

Je branden je vingers eraan. Ongaar soepvlees met bot en vet eraan en een beetje skumawiki.
Zo zout alsof je een slok zeewater van de Rode zee in je mond had. Skumawiki is een groente die ze elke dag eten.
Een kruising tussen onze boerenkool en spinazie. Het is erg ijzerrijk. En dat proef je ook.
Inmiddels probeerden de mannen op de zwart-wit tv, met heel veel sneeuw de voetbalwedstrijd te volgen. (alsof we alle tijd van de wereld hadden)
Onze ogen vielen bijna dicht en we verzochten Jared vriendelijk om weer op weg te gaan.
We wilden alleen maar een bed hebben. En als je dacht dat hij een hotel gereserveerd had, heb je het echt mis!
Toen weer via die donkere bergweg met zaklampen geprobeerd naar de auto te komen. Een ellende.
Na weer een half uur over de Edammerkaasweg een weg te zoeken kwamen we in Kisii aan. Eerste hotel was gruwelijk smerig!!!
Als je gedouched had was je smeriger dan daarvoor. Ingrid vertelde dat dit feest niet doorging.
Dus op naar het volgende hotel. Wij liepen er als zombies erachteraan. Op de automatische piloot dan maar.
Dit was volgens Jared een nieuw hotel. JA, het keek erg nieuw, bleek dat het 7 maanden open was.
Nou de douche leek wel alsof het al 10 jaar ingebruik was. Kei smerig in de voegen! En een tweepersoonskamer met twee bedden.
Een was een was bed, waar ooit witte verf op gezeten had. Zonder klamboe. Die hadden ze niet meer.
Jammer dan…..Dus op naar het derde. Inmiddels was het al 12 uur ‘s nachts.
Daar aangekomen hebben we verschillende kamers gezien die geen optie waren.
Toen zagen we een kamer met zitkamer erbij. Dus heel chique gezegd, een suite.
Nou dit woord is veel te duur voor dit “hotel”.
Het bed was erg groot, dus Jeanne en ik vonden dit prima. Samen in een bed. Een grote vierkante klamboe.
De badkamer liet wel te wensen over, maar je staat toch onder het water met slippers aan.
Dus slapen maar. Geen punt. We lagen binnen 2 min in coma.
Tot morgen dan maar weer. Bye bye.
ons “hotel”;

